Markthal Arno Coenen

Het positieve effect van kunst in de openbare ruimte

Kunst in de openbare ruimte bestaat al zo lang als de straten zelf. Waar na de middeleeuwen de koning, kerk en adel hun macht in de steden toonden door kunstwerken te plaatsen, namen vanaf de achttiende eeuw de overheden het initiatief om kunst in de publieke ruimte te plaatsen. Zij lieten kunst een deel van de architectuur worden, ingebouwd in de stadsplannen. Ook in de negentiende eeuw werd het belang van kunst in de publieke ruimte niet onderschat; de denkers uit de Verlichting beargumenteerden zelfs dat de kunsten het volk zouden verheffen en zo een betere samenleving konden creëren.

Na de oorlog volgde een tijd waarin vele monumenten werden geplaatst om hen te herdenken die in de strijd gevallen zijn. De kunsten kregen tijdens de wederopbouw veel aandacht door de grote hoeveelheid openbare ruimte dat gevuld moest worden. Kunst werd ingezet om de steden te verfraaien. In de jaren zestig en zeventig nam de aandacht voor kunst in de publieke ruimte sterker toe. Er was toen sprake van het art-in-public-places-model, waarbij moderne abstracte sculpturen in de openbare ruimte werden geplaatst om zo leven in de omgeving van de monotone modernistische architectuur te blazen. In de loop van de jaren zeventig kwam de nadruk echter vooral te liggen op het idee dat kunst een betekenis voor de omgeving moest hebben, in plaats van slechts als decoratie te dienen.

LENTICULAR CLOUD Geert Mul 2015. Deloitte Commissioner

Wat uit deze geschiedenis in ieder geval duidelijk mag zijn is dat kunstwerken in de openbare ruimte onlosmakelijk verbonden zijn met de stad en haar beeld en beleving; het geeft de stad karakter. Kunstwerken kunnen iets vertellen over de stad waarin of de plek waarop ze staan, bijvoorbeeld over de geschiedenis en de inwoners, of ze werken als een samenspel met de locatie. Sommige werken verfraaien of wekken herinneringen op, anderen verbazen en zetten aan tot denken.

Door gebruik te maken van de openbare ruimte wordt kunst voor een ieder toegankelijk, niet alleen voor degenen die de kunsten in musea bekijken. Het brengt ieder mens samen; de kunstenaars, opdrachtgevers, bewoners én toeristen. Samen kunnen zij een plek betekenis geven, maar ook de kunst zelf krijgt een geheel andere betekenis in de openbare ruimte dan wanneer zij tussen de witte museale muren wordt geplaatst. Met bijzondere kunst(objecten) kunnen ook de leefbaar- en herkenbaarheid van de stad en wijk verbeterd worden. Het blijkt dat voornamelijk het publiek dat het meest regelmatig met een kunstwerk in contact komt het werk als een bijzondere bijdrage aan de omgeving ziet. De Markthal zonder de kleurrijke plafondschildering van Arno Coenen bijvoorbeeld, kan niemand zich meer wat bij voorstellen. Het is een werkelijk icoon voor de stad geworden.

Ronald A. Westerhuis Stepping Stones 2018

Ronald A. Westerhuis Stepping Stones 2018

Daarnaast zijn de enorme stalen sculpturen van Ronald A. Westerhuis ware landmarks. De grote hoogten die zij bereiken en de onverwoestbaarheid die zij uitstralen maakt dat zij behoren ze tot de hotspots van ons land. Door de spiegelende oppervlaktes die Westerhuis met het polijsten van delen staal creëert, worden landschap en toeschouwer onderdeel van zijn imposante sculpturen.

Ook Geert Mul creëert een interactie tussen zijn werk en de toeschouwer, maar dan door kunst en techniek samen te brengen. Dit doet hij onder andere door middel van audiovisuele installaties en projecties. Op deze innovatieve wijze laat Mul de kijker een enorme stroom aan beelden en informatie vanuit een ander perspectief zien.

Wilt u meer weten over, of een project opzetten in samenwerking met Coenen, Westerhuis of Mul? Neem vrijblijvend contact op met onze specialist Margo via 06 23 61 95 60 of margo@onlinegalerij.nl.

Header afbeelding: Markthal Arno Coenen

Femke van Leeuwen
femke@onlinegalerij.nl